Overzicht aanwezige vissen

Cytrocara Moorii [WvFx]
Labidochromis Maculicauda Tanzania [F1]
Labidochromis sp. White Chadanga [Wildvang]
Lichnochromis Acuticeps [Wildvang]
Placidochromis Milomo Mbenji Red [F1]
 
 




 
 
Cytrocara Moorii - WvFx

Cyrtocara Moorii is een blauwe volger.
Uit het opdwarrelende zand van grotere cichliden die zoeken naar voedsel in de bodem haalt cyrtocara moorii haar/zijn eten.
Ze zijn geinteresseerd in de voedseldeeltjes die door de gravende vissen worden blootgelegd.
Cyrtocara Moorii is waarschijnlijk een zeer oude soort, heeft zich best aan deze manier van foegareren aangepast en zij houdt nagenoeg alleen op deze manier het hoofd boven water.
Cyrtocara Moorii komt over het gehele meer verspreid voor en het is dus niet verwondelijk dat zij meerdere inheemse benamingen heeft.
De bekendste daarvan is gunda mwala, hetgeen betekend: tegen de rots gestoten.
De dieren kunnen meer dan 20 cm groot worden, maar exemplaren van dat formaat zijn zeldzaam (die worden overwegend in het malombemeer gevangen).
Ze hangen bij hun gastheer letterlijk aan de lippen.
De gastheer schijnt zich hier niet zo druk over te maken, hoewel de 'parasieten' hem als schoothondjes volgen.
Cyrtocara Moorii verdedigen hun gastheer alsof het om een voedselterritorium gaat.
Heeft zo'n vis zich eenmaal gehecht aan zo'n bepaalde gastheer, dan zal hij niet alleen zijn soortgenoten, maar ook andere volgers verjagen.
Wordt de gastheer gevolgd door meer dan 1 exemplaar van Cyrtocara Moorii, dan verschillen die altijd aanzienlijk in grootte.
Omdat deze dieren hun gastheer als territorium zien, voorzien zij zichzelf van een territoriale kleurtekening.
Cyrtocara Moorii die geen gastheer volgen of die ondergeschikt zijn, vertonen een patroon dat bestaat uit 3 donkere vlekken.
verkrijgt zo'n dier een dominante positie dan wordt het donkerblauw.

Mannetjes worden zo'n 20 cm.
Vrouwtjes worden zo'n 16 cm.

Handelsbenamingen zijn Haplochromis Moorii, dolfijncichlide.

Paring vindt plaats bij de zandbodem, er wordt geen prieel gebouwd.
De eieren worden al bevrucht voordat het vrouwtje deze in de bek neemt.
Het mannetje glijdt dan over de eieren, terwijl hij zijn homvocht uitstoot.
 
 

 
 
Labidochromis Maculicauda Tanzania - F1

 
 

 
 
Labidochromis sp. White Chadanga - Wildvang

 
 

 
 
Lichnochromis Acuticeps - Wildvang

Van deze soort worden de mannetjes zo'n 24 cm groot, het vrouwtje wordt zo'n 19 cm groot.
Deze soort heeft zich over het gehele meer verspreid.
Lichnochromis Acuticeps is een rover.
In het meer zelf eten ze voornamelijk jonge visjes van Mbuna's en zachtschalige evertebraten, maar in het aquarium eten ze met zo gemakkelijk jonge visjes van Utaka's.
Hun voedsel dient te bestaan uit eiwitrijk voer en garnalen, mosselen, spiering, etc.
In het meer zelf is deze soort niet territorium vormend.
De man kan vele kilometers afleggen en als deze een vrouwtje tegen komt, balst hij haar aan.
Is het vrouwtje gewillig, komt het tot paren, anders zwemt de man weer verder.
In het aquarium is de man wel territorium vormend.
 
 

 
 
Placidochromis Milomo Mbenji Red - F1

Van deze soort wordt het mannetje zo'n 26 cm groot, de vrouwtjes worden zo'n 19 cm groot.
Deze soort leeft van de aufwuchs, daarin zoekende naar evertebraten.
Ze hebben dus een menu nodig van spirulina en eiwitrijk voer.
Ze hebben sterk verdikte lippen, rubberachtig.
Met deze lippen halen ze voedsel uit de kleine gaten die zich in het oppervlak van de rotsen bevinden.
Door het voortdurend schuren langs een ruw oppervlak wordt de groei enigszins bevorderd.
Aquariumexemplaren hebben dan ook minder dikke lippen, gezien hun voedsel van bovenaf aangereikt wordt.
Deze soort wordt aangetroffen in de dieper gelegen habvitats.
Ze zijn in het gehele meer terug te vinden.
Ze zijn slechts territoriaal wanneer sexuele actieve mannetjes elkaar ontmoeten.
Territorialiteit maakt dus geen onderdeel uit van het gedragspatroon van deze soort.
De vrouwtjes bewaken hun jongen nog enige tijd nadat ze hen voor het eerst hebben losgelaten.