Cyrtocara Moorii is een blauwe volger.
Uit het opdwarrelende zand van grotere cichliden die zoeken naar voedsel in de bodem haalt cyrtocara moorii haar/zijn eten.
Ze zijn geinteresseerd in de voedseldeeltjes die door de gravende vissen worden blootgelegd.
Cyrtocara Moorii is waarschijnlijk een zeer oude soort, heeft zich best aan deze manier van foegareren aangepast en zij houdt nagenoeg alleen op deze manier het hoofd boven water.
Cyrtocara Moorii komt over het gehele meer verspreid voor en het is dus niet verwondelijk dat zij meerdere inheemse benamingen heeft.
De bekendste daarvan is gunda mwala, hetgeen betekend: tegen de rots gestoten.
De dieren kunnen meer dan 20 cm groot worden, maar exemplaren van dat formaat zijn zeldzaam (die worden overwegend in het malombemeer gevangen).
Ze hangen bij hun gastheer letterlijk aan de lippen.
De gastheer schijnt zich hier niet zo druk over te maken, hoewel de 'parasieten' hem als schoothondjes volgen.
Cyrtocara Moorii verdedigen hun gastheer alsof het om een voedselterritorium gaat.
Heeft zo'n vis zich eenmaal gehecht aan zo'n bepaalde gastheer, dan zal hij niet alleen zijn soortgenoten, maar ook andere volgers verjagen.
Wordt de gastheer gevolgd door meer dan 1 exemplaar van Cyrtocara Moorii, dan verschillen die altijd aanzienlijk in grootte.
Omdat deze dieren hun gastheer als territorium zien, voorzien zij zichzelf van een territoriale kleurtekening.
Cyrtocara Moorii die geen gastheer volgen of die ondergeschikt zijn, vertonen een patroon dat bestaat uit 3 donkere vlekken.
verkrijgt zo'n dier een dominante positie dan wordt het donkerblauw.
Mannetjes worden zo'n 20 cm.
Vrouwtjes worden zo'n 16 cm.
Handelsbenamingen zijn Haplochromis Moorii, dolfijncichlide.
Paring vindt plaats bij de zandbodem, er wordt geen prieel gebouwd.
De eieren worden al bevrucht voordat het vrouwtje deze in de bek neemt.
Het mannetje glijdt dan over de eieren, terwijl hij zijn homvocht uitstoot. |